In de regel zijn er 3 verschillende soorten pensioen.
1. Een uitkering van overheidsgeld (AOW, ANW en WAO). De
AOW-uitkering ontvang je na je 65e jaar, de ANW keert uit
aan de nabestaanden en de WAO keert uit aan mensen die
arbeidsongeschikt zijn geworden.
2. Een pensioenvoorziening via werkgever, vaak wordt er ook
nog eigen bijdrage gevraagd. Deze wordt dan meestal
ingehouden van het brutoloon.
3. Een aanvullend pensioen, of te wel een zelf opgebouwde
pensioen voorziening. Het is belangrijk dat je nagaat welke
voorzieningen je al getroffen hebt en welke extra
voorzieningen je verwacht nodig te hebben in de toekomst.
Voorbeelden hiervan zijn een koopsompolis en lijfrente
regelingen.
Meestal wordt gedacht dat de AOW-uitkering en het werkgeverspensioen voldoende zijn voor een goede oudedagsvoorziening. Dit is in meeste gevallen echter niet zo.
De norm voor een goed pensioen is 70% van het laatstverdiende loon. Als je die 70% niet haalt, hebt je een "pensioengat". 4 op de 5 werknemers heeft inmiddels dit probleem. Vaak is dit op te lossen met een lijfrenteverzekering. Als je een pensioengat hebt kun je de kosten hiervoor wel aftrekken van de belasting.
Op deze site kun je lezen welke voorzieningen je nog meer kunt treffenen en welke regelingen er mogelijk zijn om je pensioen goed op te bouwen en/of uit te breiden.
