
Hoe werkt het precies?
Werknemers mogen jaarlijks maximaal 12% van hun brutoloon sparen om het langerdurend verlof te financieren. Hierbij geldt de zogeheten omkeerregel. Over de inleg hoeft geen belasting te worden betaald. De belasting wordt pas betaald als het spaartegoed wordt opgenomen. Wel zijn over de inleg premies voor de werknemersverzekeringen verschuldigd. Ook extra gewerkte uren of bijvoorbeeld atv-dagen kunnen worden opgespaard.
Met levensloop mag maximaal 210% van het bruto jaarsalaris worden gespaard. Hiermee kan tussen de 3 en 4 jaar onbetaald verlof worden gefinancierd van 70% van het laatstverdiende loon.
Vervroegde pensionering met levensloop:
Werknemers mogen het spaarsaldo ook gebruiken om eerder met pensioen te gaan. Doordat het spaarsaldo ook gedeeltelijk kan worden opgenomen, is het mogelijk dat - indien men genoegen neemt met 70% van het laatstverdiende loon - werknemers 3 tot 4 jaar eerder kunnen stoppen met werken; dit kan bijvoorbeeld met 12 jaar deelname worden bereikt.
